Home  » Kennis en Wetenschap » Glossarium
ABCDEFGHIJKLMNOPQRSTUVWXYZ


 

A

 


Afkoppelen

Veel regenwater en oppervlaktewater zijn nog aangesloten op de riolering. Hier vermengt het zich met het afvalwater, waardoor dit sterk verdund toekomt op een rioolwaterzuiveringsinstallatie. Deze verdunning bemoeilijkt het zuiveringsproces.

Regenwater en oppervlaktewater worden dus best afgekoppeld van de riool en naar de natuur geleid. Door het water maximaal te laten insijpelen in de bodem voorkomt men wateroverlast. Ook waterschaarste door verdroging van de grondwatertafel wordt hierdoor voorkomen.

AMINAL
AMINAL staat voor Administratie Milieu-,Natuur, Land- en Waterbeheer. Dit is de oude naam van het departement LNE (Leefmilieu, Natuur en Energie) van de Vlaamse Gemeenschap.

AROHM
AROHM staat voor Administratie Ruimtelijke Ordening, Huisvesting en Monumenten en Landschappen. Dit is de oude naam van het Agentschap RWO (Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed). Het agentschap is een onderdeel van het departement LNE van de Vlaamse Gemeenschap.

AQUAFIN
AQUA staat voor 'water' en FIN staat voor 'financieren'. Om de Europese Richtlijn Stedelijk Afvalwater uit te voeren, had het Vlaams Gewest behoefte aan een partner die een brede technische kennis zou opbouwen en de infrastructuurwerken kon prefinancieren. Daarom werd in 1990 Aquafin opgericht, met toen nog als aandeelhouder Severn Trent. Severn Trent ondersteunde bij de kennisopbouw. Een aantal banken zorgden voor de financiering.


 

B

 


BBI
Belgische Biotische Index. Deze schaal wordt gebruikt om de kwaliteit van het oppervlaktewater te meten, door het aantal én de soorten van in het water voorkomende levende organismen te tellen.

Bekkencomité
Vlaanderen is onderverdeeld in 11 rivierbekkens (hydrografische bekkens) en voor elk bekken werd door het Vlaamse Gewest een bevoegd comité opgericht. Dit comité bestaat uit:

  • een plenaire vergadering, bestaande uit vertegenwoordigers van de ter zake bevoegde administraties, de lokale en provinciale besturen en verenigingen die representatief zijn voor verschillende gebruikers van oppervlaktewater
  • een stuurgroep,
  • niet gespecificeerde werkgroepen bevoegd voor waterkwaliteit, waterkwantiteit en ecologie.
Het doel van het bekkencomité is het in de praktijk brengen van het integraal waterbeheer.

Bemalen
Bemalen is het kunstmatig verlagen van de grondwatertafel of het overpompen van een teveel aan water. Deze ingreep is vaak nodig om de riolering in droge omstandigheden aan te leggen.

Bergbezinkingsbekken
Dit is een bekken dat het bergingsvolume van het rioolstelsel vergroot. Dankzij deze extra capaciteit wordt bij hevige regen het overstorten van verdund afvalwater vaak voorkomen. Het bekken is zodanig ontworpen dat het vuil in het water er ook kan bezinken. Mocht er toch te veel water aanwezig zijn in het stelsel en het overstort in werking treedt, zal het geloosde water al een stuk gezuiverd zijn dankzij de bezinking.

Het water dat in dit bekken verzameld wordt, loopt bij droog weer terug naar de collector om verder naar een zuiveringsinstallatie gevoerd te worden. Het bekken is doorgaans een ondergrondse, overdekte betonnen bak.

Beschermingszone
Een waterwingebied is een geografisch gebied dat om redenen van openbaar nut afgebakend is en waar installaties zijn (of in de toekomst zullen gevestigd worden) voor het winnen van grondwater dat hoofdzakelijk bestemd is voor de drinkwatervoorziening. Om het grondwater in het waterwingebied tegen verontreiniging te vrijwaren, wordt elke waterwinning omringd met beschermingszones. Binnen deze zones gelden bepaalde (verbods)regels.

Biologische zuivering

Op een rioolwaterzuiveringsinstallatie doorloopt het afvalwater verschillende stappen. Eerst ondergaat het een mechanische zuivering, waarbij al het grof vuil wordt verwijderd (takken, steentjes, zand, …) Tijdens het biologisch zuiveringsproces wordt het afvalwater vermengd met een slibmassa waarin miljarden microscopisch kleine organismen wemelen (actief slib). Door extra lucht in het water te brengen (in het beluchtingsbekken) worden de micro-organismen actief en gebruiken ze de vervuiling in het afvalwater als voedingsbron. Zo wordt ook het onzichtbare afval uit het water gehaald.

Biorotor
Een biorotor is een zuiveringstechniek die vaak wordt toegpast bij kleinschalige waterzuivertingsinstallaties. Op een wentelende as staan met actief slib bedekte schijven gemonteerd, waardoor de bacteriën afwisselend worden ondergedompeld in het afvalwater (voedselvoorziening) en blootgesteld aan de lucht (zuurstofvoorziening). Hierdoor worden de micro-organismen actief en breken ze vervuilende stoffen af tot CO2, gas en water.

Bovengemeentelijke waterzuivering
De weg van vuil naar zuiver water kan opgesplitst worden in verschillende stappen: verzamelen, transporteren en zuiveren. Het verzamelen van rioolwater is een bevoegdheid van de gemeente, die hiervoor het gemeentelijk rioleringsnetwerk uitbouwt en onderhoudt. Het transport en het zuiveren van dit vuil water is een bovengemeentelijke bevoegdheid, die werd toegewezen aan Aquafin. Om dit te verwezenlijken legt Aquafin collectoren aan en bouwt het pompstations en zuiveringsinstallaties. Al die projecten worden jaarlijks aan Aquafin opgedragen door het Vlaamse Gewest. Naast het uitbreiden van de bovengemeentelijke waterzuiveringsinfrastructuur staat Aquafin ook in voor het beheer en het onderhoud ervan.

B.P.A.
Een BPA is een Bijzonder Plan van Aanleg. Het is een plan dat een gedeelte van het grondgebied van een gemeente beslaat en de bestemmingen van de grond weergeeft. Het BPA geeft ook per bestemming een aantal voorschriften (bvb. bouwverbod of maximale bouwhoogte). Een BPA verfijnt of vervangt het gewestplan.

Bronbemaling
Bronbemaling is een proces waarbij grondwater wordt opgepompt om het waterpeil in de bodem van de bouwput zodanig te verlagen dat er droog gewerkt kan worden bij de aanleg van een collector.

Bufferbekken
Een bufferbekken (retentiebekken, wachtbekken) bevindt zich, in tegenstelling tot het bergbezinkingsbekken, voorbij het overstort. Het bufferbekken vangt het met regen verdunde afvalwater op. Deze functie is van vitaal belang voor onze waterlopen.

Het water in dit bekken is sterk verdund met regenwater, waardoor het bekken, meestal een aarden constructie, niet ondergronds geplaatst hoeft te worden. Veel van deze bufferbekkens fungeren als gewone vijvers. Het afvalwater dat via het overstort in het bekken terecht komt, zal bezinken naar de bodem. Het bovenstaande water vormt een natuurlijke barrière tegen de vrijstelling van geur en wordt vertraagd afgevoerd naar de waterloop.

BZV
BZV (Biologische Zuurstofvraag) is één van de parameters om de vervuiling van het water te meten. Het is de maat voor de organische vervuiling die biologisch afbreekbaar is. Hoe meer het water vervuild is, hoe meer zuurstof de micro-organismen nodig hebben voor de afbraak. Deze term betekent hetzelfde als BOD (Biological Oxygen Demand)


 

C

 


Capaciteit RWZI
De capaciteit van een installatie is de hoeveelheid afvalwater die op een biologische manier gezuiverd kan worden en wordt uitgedrukt in inwonersequivalenten (IE).

CIW
CIW staat voor Coördinatiecommissie Integraal Waterbeleid. De commissie werd opgericht door het Vlaamse Gewest en staat op gewestelijk niveau in voor de voorbereiding, planning, controle en opvolging van het integraal waterbeleid.

Collector
Collectoren zijn verzamelbuizen die het ongezuiverde afvalwater van gemeentelijke rioleringen opvangen en naar een rioolwaterzuiveringsinstallatie transporteren.

CSVI
Naast 220 RWZI's en meer dan 900 pompstations, heeft Aquafin ook 3 CSVI's. De afkorting staat voor Centrale Slibverwerkingsinstallatie. Hier wordt het slib van verschillende RWZI's verzameld en gedroogd. De bekendste CSVI is wellicht die in Deurne, langs de Antwerpse Ring. De "paaseikes" die je vanaf de ring kan zien, zijn eigenlijk grote slibgistingstanks. Ook de slibverwerkingsinstallatie in Houthalen is opmerkelijk, aangezien de stoom die nodig is voor het droogproces afkomstig is van de ernaast gelegen verbrandingsoven van Bionerga. In ruil ontvangen zij van Aquafin effluentwater van de RWZI om te gebruiken in hun proces. De derde CSVI kan men terugvinden op de terreinen van Aquafin in Leuven.

CZV
CZV (Chemische zuurstofvraag) is één van de parameters om de vervuiling van het water te meten. Het geeft aan hoeveel zuurstof er nodig is om al het organisch (oxideerbaar) materiaal in het water af te breken tot CO2. Deze term betekent hetzelfde als COD (Chemical Oxygen Demand).


 

D

 


Debiet
De hoeveelheid water die binnen een bepaalde tijd op een bepaald punt passeert. Meestal wordt dit uitgedrukt in m³ per seconde.

Dekplaat – Dakplaat
Een dekplaat is het dak van bijv. een inspectieput, een overstort, een pompstation e.d. De plaat wordt meestal gestort/gegoten in beton.

DS
DS (Droge Stof) is een maat die wordt gebruikt om de droogte van het waterzuiveringsslib weer te geven. Bij het biologische zuiveringsproces worden micro-organismen aan het afvalwater toegevoegd om het vuil eruit te halen. Tijdens dit proces planten die organismen zich voort, waardoor er een overschot ontstaat. Dit slib, dat voor 99% uit water bestaat, wordt in verschillende stadia gedroogd. Een slibcentrifuge bvb. kan het slib drogen tot 35% DS, wat betekent dat de totale slibmassa nog voor 65% uit water bestaat.

DWA of droogweerafvoer
Met droogweerafvoer bedoelen we de inhoud van een riolering bij droog weer. In tegenstelling tot RWA (regenweerafvoer) is DWA sterk geconcentreerd afvalwater.


 

E

 


Effluent

Het gezuiverde water dat een rioolwaterzuiveringsinstallatie verlaat en meestal in een waterloop wordt geloosd. Dit water voldoet aan de normen die door het Vlaamse Gewest zijn opgelegd aan de installatie in kwestie.

Europese Richtlijn Stedelijk Afvalwater (ERSA)
In 1991 verplichtte de Europese Richtlijn Stedelijk Afvalwater de lidstaten om tegen eind 1998 het afvalwater te zuiveren van alle agglomeraties groter dan 10.000 IE. Voor de agglomeraties tusen de 2.000 en de 10.000 IE werd de limiet gesteld tegen 2006. Op het moment dat de richtlijn verscheen zuiverde Vlaanderen amper een derde van het huishoudelijke afvalwater. De rest belandde ongezuiverd in grachten en waterlopen. Met een bedroevende waterkwaliteit als gevolg. Door deze Europese richtlijn ging het Vlaamse Gewest vanaf 1990 fors investeren in waterzuivering. Datzelfde jaar nog werd Aquafin NV opgericht om in een spoedtempo het bovengemeentelijk deel uit te voeren.


 

F

 


First flush
Bij droog weer loopt er enkel afvalwater door de riolen en collectoren. Door de trage stroomsnelheid kunnen de vaste bestanddelen in het rioolwater bezinken, waardoor er op de bodem van de buizen een sliblaag ontstaat. Bij hevige regenval kan er plots een bijzonder grote hoeveelheid water door de riolen stromen. Het bezonken slib wordt door deze “flush” mee opgenomen. Eens de maximumcapaciteit van het rioolstelsel bereikt is, zal het teveel aan water rechtstreeks in de waterlopen geloosd worden via een overstort. Na een droge periode is het risico groter dat er op deze manier (geconcentreerd) afvalwater in de waterlopen terecht komt.


 

G

 


Gemeentelijk Investeringsprogramma of GIP
Het gemeentelijk investeringsprogramma is een lijst van gemeentelijke rioleringsprojecten die in aanmerking komen voor subsidiëring door het Vlaams Gewest. Het is de bedoeling om de gemeenten aan te moedingen om zo snel mogelijk hun rioleringsnet kwaliteitsvol af te stemmen op de bovengemeentelijke investeringen.

Gemengde riolering, gemengd stelsel
Een riolering die afvalwater en hemelwater (regen, sneeuw, dooi) samen afvoert. De meeste riolen in Vlaanderen behoren momenteel nog tot dit type.

Gescheiden riolering, gescheiden stelsel
Een rioleringsstelsel dat regenwater en afvalwater gescheiden afvoert. Hierbij wordt het regenwater afgevoerd via grachten, een infiltratievoorziening of een regenweerafvoerleiding (RWA-leiding). Een droogweerafvoerleiding (DWA-leiding) transporteert het afvalwater naar een zuiveringsinstallatie.

Gestuurde boring
Een gestuurde boring (= directional drilling) is een geavanceerde techniek om kabels en/of leidingen sleufloos onder hindernissen door te voeren zonder overlast voor de bovengrondse infrastructuur. Het wordt gebruikt om waterwegen, spoorwegen, wegencomplexen, natuurgebieden,… te kruisen. Vandaag de dag is de techniek niet meer weg te denken bij de aanleg van leiding- en kabelnetwerken van enige omvang.

Gravitaire leiding
In een gravitaire leiding loopt het rioolwater op een natuurlijke wijze van hoog naar laag dankzij de zwaartekracht.

Grés

Een keramisch materiaal dat gemaakt is van een kleisoort die tegen hoge temperaturen bestand is. Het is niet poreus en ondoordringbaar voor de meeste vloeistoffen. Grés is bovendien goed bestand tegen zuren, en dus geschikt voor rioolbuizen.

 


 

H

 


Hydrografisch bekken
In Vlaanderen onderscheiden we 11 hydrografische bekkens. Dit is een gebied waarbinnen al het bron- en regenwater via beken, stromen en rivieren uiteindelijk in éénzelfde waterloop terecht komt. Een bekken is onderverdeeld in verschillende zuiveringsgebieden.


 

I

 


IBA
Individuele Behandeling van Afvalwater. Woningen die (nog) niet op de openbare riolering worden aangesloten kunnen zelf instaan voor de zuivering van hun afvalwater door gebruik te maken van een IBA. Deze installaties variëren van ondergrondse bezinkputten met biologische zuivering tot rietvelden of kokosmatten. Sommige gemeentebesturen dragen bij in de kosten voor de plaatsing van een IBA.

Inwonersequivalent (IE)
Eén inwonersequivalent (IE) is de gemiddelde hoeveelheid afvalwater die één persoon per dag produceert. Hiervoor wordt een waarde van 150 liter per inwoner per dag aangenomen. Die waarde ligt hoger dan het gemiddelde van 120 liter water die elke inwoner in Vlaanderen dagelijks verbruikt, omdat er ook rekening wordt gehouden met het sanitaire afvalwater van scholen, ziekenhuizen, KMO’s … De capaciteit van een rioolwaterzuiveringsinstallatie wordt uitgedrukt in IE.

Influent
Het afvalwater dat de rioolwaterzuiveringsinstallatie binnenstroomt om er behandeld te worden.

Integraal Waterbeheer
Duurzaam integraal waterbeheer streeft naar het ontwikkelen, in stand houden en herstellen van het watersysteem, zodat het voldoet aan de kwaliteitsdoelstellingen voor het ecosysteem en aan het gewenste multifunctionele gebruik. Daarbij wordt de multifunctionaliteit gewaarborgd voor de volgende generaties. Het watersysteem vormt de basiseenheid voor een integraal waterbeleid. Aquafin is hierbij een belangrijke actor, aangezien onze inspanningen bijdragen tot een ecologisch herstel van de waterlopen en alle hiermee verbonden ecosystemen.

Integraal Waterbeleid
Integraal Waterbeleid is het doelgericht organiseren van de overheid om tot een efficiënt en duurzaam integraal waterbeheer te komen. Om dit te bereiken worden de watersystemen geografisch ingedeeld in stroomgebieden en stroomgebieddistricten, bekkens en deelbekkens. Het overleg en de planning van het integraal waterbeleid gebeurt op elk van deze niveaus. De overkoepelende organisatie die hierop toeziet is de Coördinatiecommissie Integraal Waterbeleid (CIW).

Investeringsprogramma of IP
Een investeringsprogramma is een lijst van projecten die aan Aquafin wordt opgedragen door de Vlaamse minister van Leefmilieu. De lijst is opgesteld per hydrografisch bekken en omvat de algemene planning van de uitbouw en de financiering van de rioolwaterzuiveringsinstallaties, leidingen en pompstations. Aangezien Aquafin sinds haar oprichting in 1990 reeds veel werk heeft geleverd spreekt men vandaag van een OP of Optimalisatieprogramma.


 

K

 


Kaderrichtlijn Water
De Kaderrichtlijn Water (KRW) is een Europese richtlijn die bedoeld is om de kwaliteit van het grond- en oppervlaktewater in Europa op goed niveau te krijgen en te houden. Hij werd uitgevaardigd in het jaar 2000 en stelt dat het oppervlaktewater tegen 2015 van goede kwaliteit moet zijn.

Kleinschalige waterzuiveringsinstallatie of KWZI

Kleinschalige waterzuiveringinstallaties behandelen het huishoudelijk afvalwater van kleinere woonkernen, campings, … op een economisch en ecologisch aanvaardbare manier. Men spreekt van een KWZI als er op de installatie niet meer dan 2.000 IE wordt gezuiverd.

 


 

L

 


LNE
Departement van Leefmilieu, Natuur en Energie (het vroegere Aminal) van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap.

Lozingspunt
Een lozingspunt is de plaats waar afvalwater rechtstreeks (ongezuiverd vanuit de riool) of onrechtstreeks (na doorlopen van het zuiveringsproces) in een waterloop stroomt.


 

M

 


Mechanische zuivering
De mechanische zuivering is de eerste stap die het afvalwater doorloopt op een RWZI. Het water passeert langs een fijnrooster, die het grof vuil in het water tegenhoudt, bvb. bladeren, takken, steentjes, sigarettenpeuken, … Op sommige installaties wordt na het rooster ook nog zand uit het water gehaald in speciale zandvangers. Enkele types hiervan kunnen ook nog vet uit het water halen. Na de mechanische zuivering loopt het afvalwater verder naar de biologische zuivering, om de zeer fijne en opgeloste afvaldeeltjes uit het water te halen.

Membraanbioreactor (MBR)
In een conventionele actiefslibinstallatie stroomt het slib-water mengsel naar een grote nabezinktank waar het slib bezinkt en het zuiver water boven aan de tank afgelaten wordt. De MBR doet hetzelfde werk met betere resultaten in (compacte) membraantanks. De membranen bestaan uit kunststofvezels in de vorm van spaghetti’s met heel fijne poriën die enkel water en in water opgeloste stoffen doorlaten.. Door de zuigdruk aan de binnenkant van duizenden spaghetti’s zal water door de vezels naar binnen stromen en hergebruikt worden als proceswater of geloosd in het oppervlaktewater. Overtollig slib wordt regelmatig uit de bioreactor verwijderd voor verwerking en afzet.

MER
Een Milieu Effecten Rapport (MER) beschrijft de impact die infrastructuurwerken kunnen hebben op het milieu, en de milderende maatregelen die hiervoor worden voorzien.

Milderende maatregel
Maatregel die voorgesteld wordt om nadelige milieueffecten van het geplande project te vermijden, te beperken en/of zoveel mogelijk te verhelpen.

Mina
Milieu- en Natuurraad Vlaanderen. De Minaraad is een adviesorgaan van de Vlaamse Regering. De Raad heeft een algemene bevoegdheid inzake studie, aanbeveling en advies voor alles wat verband houdt met milieu en natuur. Mina maakt dan ook deel uit van het departement voor Leefmilieu, Natuur en Energie (LNE).


 

N

 


NBT

Alle grote RWZI’s beschikken over een nabezinktank (NBT). Tijdens het biologisch zuiveringsproces wordt het afvalwater vermengd met een slibmassa waarin miljarden microscopisch kleine organismen wemelen (actief slib). Door extra lucht in het water te brengen worden de micro-organismen actief en gebruiken ze de vervuiling in het afvalwater als voedingsbron. De slibmassa groeit continu aan. In de nabezinktank wordt het slib terug gescheiden van het water. Het slib bezinkt naar de bodem en het zuivere water wordt in de waterloop geloosd. Een deel van het slib wordt hergebruikt voor het biologisch zuiveringsproces, de rest wordt afgevoerd voor verwerking.

 Noodoverlaat
Een noodoverlaat (noodoverstort) treedt enkel in werking bij het uitvallen van een installatie-onderdeel, zoals bijvoorbeeld de pomp van een pompstation.


 

O

 


Onderdoorpersing
Het is niet altijd mogelijk om riolering in een open sleuf aan te leggen. In dat geval wordt de riolering met een persmachine onder de grond doorgeperst. Bij deze (duurdere) techniek is het niet nodig om het volledige wegdek open te breken.

Open sleuf
Meestal worden rioleringen en collectoren in een open sleuf aangelegd. Het wegdek wordt opengebroken en er wordt een sleuf uitgegraven. Om het “inkalven” of afbrokkelen van de sleuf te voorkomen, wordt de wand van de sleuf beschoeid of ingedamd met metalen platen. Zodra de riolering in de sleuf is aangelegd, wordt het wegdek hersteld.

Optimalisatieprogramma of OP
Sinds 1990 heeft de Vlaamse overheid fors geïnvesteerd in de uitbouw van de bovengemeentelijke waterzuiveringsinfrastructuur. Waar het Gewest vroeger een lijst van projecten opdroeg aan Aquafin onder de vorm van een IP (Investeringsprogramma), gebeurt dit nu onder de vorm van een OP (Optimalisatieprogramma). Dit betekent dat de lijst van projecten die Aquafin nu krijgt vooral bedoeld is om de bestaande infrastructuur te optimaliseren. Dit omvat bvb. het afkoppelen van oppervlaktewaters, die nu nog aangesloten zijn op de riolering.

OVAM
Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij is een Intern Verzelfstandigd Agentschap dat deel uitmaakt van het departement voor Leefmilieu, Natuur en Energie (LNE) .

Overstort

Een overstort is een opening in een collector waarlangs het teveel aan water kan ontsnappen bij hevige of langdurige regen. Overstorten zijn dus enkel noodzakelijk bij gemengde stelsels, waar het regenwater ook aangesloten is op de riolering. Wanneer een overstort in werking treedt wordt er met regenwater verdund afvalwater rechtreeks of onrechtstreeks (via een bufferbekken) geloosd in de waterloop.

 


 

P

 


Persleiding (PL)
Een persleiding voert het afvalwater onder druk van een lager naar een hoger gelegen punt. De nodige druk wordt hierbij geleverd door een pompstation. Huis- of rioolaansluitingen op een persleiding zijn niet mogelijk.

Pompstation
Een pompstation wordt gebouwd om de nodige druk te leveren op plaatsen waar het afvalwater door een persleiding van een lager naar een hoger gelegen punt moet opgepompt worden.

Prioritaire riolering
Een prioritaire riolering verzamelt het afvalwater van talrijke straatriolen en voert dit naar de collector. De collector transporteert het naar een rioolwaterzuiveringsinstallatie.


 

R

 


RBT
Op sommige RWZI’s wordt een regenbezinktank (RBT) gebruikt. Dit bekken dient als noodbuffer voor perioden met hevige regenval. Omdat de onderdelen van de biologische zuivering een maximumcapaciteit hebben, wordt het teveel aan water tijdelijk opgeslagen in de regenbezinktank. Slechts bij langdurige regenval kan het gebeuren dat de regenbezinktank zal overstorten. In dat geval is toch minstens het bezinkbare materiaal verwijderd uit het afvalwater, en is het geloosde afvalwater sterk verdund met regenwater. Regenbezinktanks verdwijnen stelselmatig, omdat het de bedoeling is alle afvalwater zo veel mogelijk biologisch te behandelen. In nieuwe installaties worden ze niet meer toegepast.

Regenweerafvoer of RWA
We spreken over regenweerafvoer wanneer regenwater afzonderlijk van afvalwater in aparte leidingen wordt afgevoerd. Het regenwater wordt dan niet naar een rioolwaterzuiveringsinstallatie gevoerd, maar naar een waterloop geleid.

Retentiebekken
Zie bufferbekken

Rijplaten
Dit zijn metalen platen die op onstabiele grond worden geplaatst, zodat die terug berijdbaar is.

Rioolwaterzuiveringsinstallatie of RWZI

Een rioolwaterzuiveringsinstallatie staat in voor de biologische zuivering van afvalwater uit het rioleringsnet. Het afvalwater dat op de installatie toekomt, doorloopt eerst een mechanische zuivering. Hierbij wordt al het grof afval uit het water gehaald, zoals takken, steentjes en zand. In het biologische zuiveringsproces worden zeer fijne en opgeloste afvaldeeltjes uit het water verwijderd met behulp van micro-organismen. Het volledige zuiveringsproces duurt gemiddeld 24 uur (zie ook slib).

RUP
Een RUP is een Ruimtelijk Uitvoeringsplan. Het is een plan dat de bestemmingen van de grond weergeeft en per bestemming een aantal voorschriften inhoudt (bv. bouwverbod of maximale bouwhoogte). Het plan verfijnt of vervangt het gewestplan. Een RUP kan op gemeentelijk, provinciaal of gewestelijk niveau worden opgemaakt.

RWO
Het departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed (RWO) vormt samen met een aantal intern verzelfstandigde agentschappen het Vlaams Ministerie van Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed. Vroeger heette dit Arohm.


 

S

 


SAF
De afkorting SAF staat voor Submerged Aerated Filter, vertaald een ondergedompelde beluchte bacteriefilter. Het is een type zuiveringinstallatie of zuiveringstechniek, meer bepaald een slib-op-dragersysteem. Na de voorbezinking komt het afvalwater in een ruimte terecht waar een drager met pakkingsmateriaal in geplaatst is en belucht wordt. De biomassa (actief slib) bevindt zich zowel in vlokvorm zwevend in het afvalwater als in de vorm van een biofilm op de drager. Het voordeel van deze techniek is dat ze ondergronds kan worden uitgevoerd. Door het gesloten systeem treedt er ook amper geur- of geluidshinder op.

Slib
In een rioolwaterzuiveringsinstallatie wordt het afvalwater vermengd met miljarden microscopisch kleine organismen. Dit noemt men het “actief slib”.. Door extra lucht in het water te brengen worden de micro-organismen actief en gebruiken ze de vervuiling in het afvalwater als voedingsbron. De slibmassa groeit continu aan. Een deel wordt hergebruikt in het biologisch zuiveringsproces, de rest wordt afgevoerd voor verwerking.

Sondering
Sonderingswerken zijn nodig om de kwaliteit van de grond te kennen waarin moet worden gewerkt. Een sondering houdt in dat vanuit een rupsvoertuig een stalen punt de grond wordt ingedreven. Op regelmatige afstanden wordt de weerstand gemeten die de grond biedt tegen het indringen van de punt. Zo kan het draagvermogen van de grond op verschillende dieptes bepaald worden.

Stroomafwaarts
Met de stroom mee.

Stroomopwaarts
Tegen de stroom in.


 

T

 


Totaal Rioleringsplan of TRP
Het Totaal Rioleringsplan beschrijft de huidige toestand van het gemeentelijk rioleringsstelsel en welke investeringen nog moeten gebeuren om dit stelsel te optimaliseren.


 

V

 


VBR
Een verbindingsriolering (VBR) is een buis die bovengemeentelijk wordt aangelegd en die het huishoudelijk afvalwater verzamelt en transporteert. Het is dus een combinatie van een riolering en een collector. Vaak vormt een verbindingsriolering ook de aansluiting van een riool op een collector.

Verbeterd overstort
Een verbeterd overstort is zodanig ontworpen of aangepast, dat het zowel de sedimenten (zware bestanddelen die gezonken zijn) als de drijflaag tegenhoudt ingeval het overstort in werking treedt.

Vlaamse Milieuholding (VMH)
De Vlaamse Milieuholding werd in 1990 opgericht door het Vlaamse Gewest om als investeringsmaatschappij bedrijfsinitiatieven te steunen die het leefmilieu ten goede komen. In die hoedanigheid werd de VMH dan ook met 51% van de aandelen de belangrijkste aandeelhouder bij de oprichting van Aquafin. Op 7 juli 2006 werd de investeringsmaatschappij de enige aandeelhouder van Aquafin.

Vlarem I
Vlarem I is het besluit van de Vlaamse regering van 6 februari 1991 in verband met het Vlaamse Reglement betreffende de milieuvergunning. Vlarem I bevat een lijst van hinderlijke inrichtingen, verdeeld in momenteel 60 rubrieken. Die zijn op hun beurt onderverdeeld in subrubrieken met aanduiding van de klasse (1, 2, 3), en aanduidingen betreffende adviserende overheidsorganen, de milieucoördinator, milieu-audit en milieujaarverslag.

Vlarem II
Vlarem II is het besluit van de Vlaamse regering van 1 juni 1995 in verband met algemene en sectorale bepalingen betreffende milieuhygiëne. Vlarem II bepaalt:

  • de milieukwaliteitsnormen (o.a. geluid , lozing oppervlaktewater);
  • middelenvoorschriften (productie, voorkoming, BBT);
  • verbodsbepalingen (zones, afstanden);
  • overgangsbepalingen;
  • controle- en zelfcontrolebepalingen (inspectie, keuring, meting, monitoring);
  • milieujaarverslag;
  • algemene milieuvoorwaarden voor ingedeelde inrichtingen;
  • sectorale milieuvoorwaarden voor ingedeelde inrichtingen

VMM
De Vlaamse Milieu Maatschappij (VMM) treedt op als de economische en ecologische regulator voor Aquafin. VMM is met deze taak belast door het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, departement Leefmilieu, Natuur en Energie (LNE).


 

W

 


Wachtbekken
Zie bufferbekken


 

Z

 


Zelfreinigend vermogen
Het vermogen van waterlopen om biologisch afbreekbare stoffen op natuurlijke wijze te verwijderen.

Zoneringsplan (gebiedsdekkend uitvoeringsplan)
Een zoneringsplan is een gedetailleerd plan waarop staat aangegeven op welke manier het afvalwater van de woningen gezuiverd wordt (of zal worden). Dit kan individueel of collectief gebeuren. Individueel betekent dat de desbetreffende woning zelf zal moeten instaan voor de zuivering van het afvalwater, met behulp van een IBA. Collectief wil zeggen dat het afvalwater van verschillende woningen verzameld zal worden, om eerst via riolering en daarna via een collector getransporteerd te worden naar een kleine of grote rioolwaterzuiveringsinstallatie. De beslissing of er individueel of collectief gezuiverd wordt, gebeurt door het gemeentebestuur in overleg met de VMM, rekening houdend met zowel economische als ecologische factoren.

Zuiveringsgebied
Een zuiveringsgebied is een afbakening van de zone, waarbinnen al het afvalwater naar éénzelfde rioolwaterzuiveringsinstallatie wordt afgevoerd om daar gezuiverd te worden. De grenzen van het zuiveringsgebied hoeven zich niet te beperken tot gemeentegrenzen. Aquafin werkt immers bovengemeentelijk.

ZS
Zwevende Stof (ZS) is één van de parameters om de vervuiling van het water te meten. Deze maat geeft weer hoe helder het water is. Hoe meer zwevende stoffen er in het water zitten, hoe troebeler het water zal zijn. De meting van de troebelheid gebeurt met een al dan niet elektronische turbiditeitsmeter.


Kennis en Wetenschap
Kennis en Wetenschap