Home  » Kennis en Wetenschap » Hoe werkt afvalwaterzuivering » Rioolstelsel

Rioolstelsel

Het huishoudelijke afvalwater stroomt naar een rioolwaterzuiveringsinstallatie via een ondergronds netwerk dat zich kan uitstrekken over tientallen kilometers. Het afvalwater komt via de huisaansluiting in de gemeentelijke riolen terecht. In opdracht van het Vlaamse Gewest legt Aquafin collectoren of verzamelriolen aan. Ze verzamelen het afvalwater uit de gemeentelijke riolen en transporteren het naar een zuiveringsinstallatie. Regen- en afvalwater worden zoveel mogelijk gescheiden.

Het afvalwater volgt doorgaans de gemakkelijkste weg van hoog naar laag. Onderweg kunnen pompstations en persleidingen nodig zijn voor een vlot afvalwatertransport. Eventueel wordt het stelsel ook aangevuld met overstorten en opvangbekkens die bij overbelasting het teveel aan water respectievelijk rechtstreeks lozen of bufferen.

Overstort die water loost uit een te volle gemengde riool

Gescheiden stelsels waar het kan

Tot voor enkele jaren werden in Vlaanderen vooral ‘gemengde rioleringsstelsels’ aangelegd. Deze verzamelen zowel het afvalwater als het regenwater in één buis. Vaak werden bij wegenwerken ook nog eens vervuilde beken ingebuisd. Om het afvalwater zo efficiënt mogelijk te zuiveren, moet het echter goed geconcentreerd zijn zodat de vervuiling optimaal wordt afgebroken. Regen- en oppervlaktewater verdunnen het echte afvalwater. Daardoor daalt het zuiveringsrendement.

Gemengd rioolstelsel

Het transport van onvervuild regen- en oppervlaktewater naar zuiveringsinstallaties, vergt grotere buisdiameters en meer pompkosten. Daarnaast is er bij een gemengd stelsel meer kans dat bij hevige of langdurige regenval de riolering het aangezwollen volume niet meer aan kan. Het ongezuiverde afvalwater kan dan in de beek terecht komen of er kan wateroverlast ontstaan in de straten.

Waar het technisch en budgettair mogelijk is, worden tegenwoordig dan ook bij voorkeur gescheiden rioleringsstelsels aangelegd. Hierbij vangt één buis het afvalwater op en het regenwater wordt ontkoppeld van de riolering. Het wordt zoveel mogelijk ter plaatse opgehouden (insijpeling of infiltratie in de bodem) of vertraagd afgevoerd naar grachten. Dit werkt de natuurlijke voeding van de grondwaterlagen in de hand en voorkomt wateroverlast ten gevolge van een versnelde afstroming naar afwaartse gebieden. Indien er geen buffercapaciteit is, wordt een regenwaterafvoerleiding voorzien die het regenwater naar een waterloop verderop afvoert.

 

Gescheiden rioolstelsel                                                           

Overstorten: het mes snijdt aan twee kanten

Bij hevige regenbuien bestaat het gevaar dat gemengde riolen de hoeveelheid water niet aan kunnen.

Daarom zijn op welbepaalde plaatsen noodoverlopen of overstorten op de riolering gebouwd. Zo kan het overtollige water naar een waterloop en vermindert de kans op wateroverlast. Maar er is één heel groot nadeel. Hoewel overstortwater erg verdund is, komt er toch telkens een fractie vervuiling in de waterloop terecht, met soms vissterfte tot gevolg.Overstorten zijn noodzakelijk in een gemengd stelsel maar hebben meestal een negatieve impact op het milieu. Er bestaan verschillende systemen om de schade in te dijken:

  • Een opvangbekken met daarin drijvende plantenmatten met moeras- en
         oeverplanten. Zij zuiveren gedeeltelijk het overstortwater voor het in de waterloop
         terecht komt.
  • In een vooroever kan een groot deel van de vervuiling bezinken. Een vooroever is een
         uitsparing in de oever. Kokosrollen met rietbeplanting of breuksteen scheiden de
         vooroever met de waterloop.
  • Een ondergronds bergingsbekken slaat het watervolume tijdelijk op dat een collector
         niet kan bergen. Als de regenbui in hevigheid afneemt, laat een regelsysteem het
         water uit het bergingsbekken geleidelijk naar de collector terugstromen. Deze 
         oplossing beperkt de hoeveelheid water die overstort.
  • Een bufferbekken of retentiebekken vangt de ‘first flush’ op. Dat is de rioolspoeling
         die het meest bedreigend is voor het biologische leven in een waterloop. Het water in
         dit bekken vloeit niet terug naar de collector, maar wordt vertraagd afgevoerd naar de
         waterloop. Het rioolslib zinkt naar de bodem. Vele bufferbekkens doen trouwens dienst
         als gewone vijvers.

  •  

     

     




    Kennis en Wetenschap
    Kennis en Wetenschap