In een rioolwaterzuiveringsinstallatie

De proceskeuze van een zuiveringsinstallatie is afhankelijk van de hoeveelheid te zuiveren afvalwater en van de lozingsnormen. Ook de investerings- en exploitatiekosten, de benodigde oppervlakte, de inpasbaarheid in het landschap en de omgevingsimpact worden mee in overweging genomen. 

RWZI Wommelgem - het afvalwater zoals het binnen komt... en weer naar buiten stroomt
RWZI Wommelgem
  zuiveringsproces deel 1 (.wmv)  zuiveringsproces deel 2 (.wmv)

Een klassieke rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) behandelt vuilvrachten groter dan 2000 inwonersequivalenten. Ze is geschikt om het huishoudelijk afvalwater in verstedelijkte gebieden te zuiveren. Het hele zuiveringsproces duurt gemiddeld 24 uur. Het rioolwater doorloopt eerst een mechanische en daarna een biologische zuivering. De mechanische zuivering verwijdert alle grof afval uit het water. Tijdens het biologische zuiveringsproces haalt zuiveringsslib zeer fijne en opgeloste afvaldeeltjes uit het water. Het teveel aan zuiveringsslib wordt nadien verwijderd. Het gezuiverde afvafvalwater is niet drinkbaar, maar kan wel verder gezuiverd worden tot het zelfs drinkwaterkwaliteit verkrijgt.

Inwonersequivalent

De proceskeuze van een installatie is o.a. afhankelijk van het aantal te zuiveren inwonerequivalenten afvalwater (IE). Een inwonersequivalent is de gemiddelde hoeveelheid afvalwater die één persoon per dag produceert: 150 liter. Deze waarde ligt hoger dan de hoeveelheid water die de Vlaming dagelijks gebruikt (120 liter), omdat ook rekening wordt gehouden met het sanitaire afvalwater van scholen, ziekenhuizen, KMO's...                   

Zuiveringsproces

Mechanische voorzuivering
Roosters halen allerlei grof vuil uit het water: blikjes, papiertjes, … Op sommige installaties stroomt het afvalwater daarna nog door een vet- en zandvanger. Een vetvanger doet de vetten en oliën bovendrijven en schraapt ze van het wateroppervlak. Vaak wordt een vetvanger gebruikt in combinatie met een zandvanger, die door de trage stroming grind en zand doet bezinken. In een aantal installaties haalt een voorbezinktank nog de laatste fractie bezinkbaar materiaal uit het rioolwater.

Rooster

Biologische zuivering
De vervuiling die na de mechanische zuivering nog overblijft, bestaat uit heel fijne of opgeloste deeltjes die vragen om een aërobe afbraak.

Het rioolwater wordt in een selectortank gemengd met miljoenen bacteriën en andere piepkleine diertjes die wemelen in een actieve slibmassa. Zij vormen de schoonmaakploeg van de waterzuivering.

Actief slib

In het beluchtingsbekken brengen systemen als ronddraaiende borstels of schroeven grote hoeveelheden zuurstof in het mengsel. De bacteriën in het slib hebben die zuurstof immers nodig om het organisch materiaal in het rioolwater af te breken tot koolstofdioxide (CO2), stikstofgas (N2) en water (H2O). De activiteit in het beluchtingsbekken is een nabootsing van het natuurlijk zuiveringsvermogen van een waterloop. Alleen verloopt het proces in een zuiveringsinstallatie sneller, door een hogere concentratie bacteriën en de continue en gestuurde inbreng van zuurstof in het rioolwater.

Nabezinking
De laatste stap in het zuiveringsproces is de nabezinking in grote ronde nabezinktanks. Door een voldoende lange verblijftijd en een rustige stroming zakt het slib naar de bodem van de tank, waar het met een bodemschraper naar een centrale put wordt geleid. Bovenaan bevindt zich het gezuiverde water (effluent), dat zachtjes overstort en via een meetinstallatie naar een nabije waterloop stroomt.

Nabezinktank

Hergebruik van slib in het zuiveringsproces
Het slib dat in de centrale put van de nabezinktank wordt verzameld, wordt grotendeels teruggevoerd naar het startpunt van de biologische zuivering, de selectortank. Maar niet alle slib kan opnieuw gebruikt worden in het zuiveringsproces. De actieve slibmassa groeit immers steeds aan doordat de bacteriën zich voeden met de verontreinigde stoffen. Hierdoor ontstaat een overschot aan slib (spuislib), waarvoor een afzet moet worden gevonden.                                                                                                       


Ladder van Lansink
Slib is een nevenproduct van de waterzuivering. Het is noodzakelijk in het zuiveringsproces, maar doordat het continu aangroeit, ontstaat er al snel een overschot. Aquafin tracht de slibproductie zo minimaal mogelijk te houden en hanteert voor de verwerking van het overschot een strikte ecologische hiërarchie (ladder van Lansink). Sinds 2002 wordt geen slib meer gestort. Preventie, hergebruik, recuperatie en verbranding met energierecuperatie genieten de voorkeur.


 

 

 



 


Kennis en Wetenschap
Kennis en Wetenschap