Lozen van bemalingswater

Op vrijwel elke bouwwerf is een tijdelijke bemaling noodzakelijk. Door het grondwaterpeil kunstmatig te verlagen of het overtollige water over te pompen, is het mogelijk de bouwwerken in droge omstandigheden uit te voeren.

Waarheen met het opgepompte water?

Grondwater, deel van een ecosysteem

Jammer dat drainage naar de riolering nog vaak voorkomt. Die heeft niet alleen een negatieve impact op de plaatselijke waterhuishouding, bovendien kan het in de waterzuiveringsketen voor problemen zorgen. Aan het gebruik van de riolering zijn daarom een aantal wettelijke voorwaarden verbonden.

grondwater wegpompen

Bronbemaling verlaagt de grondwaterspiegel

Je pompt namelijk grondwater op waardoor het niveau verlaagt. Grondwater is één van de voornaamste peilers van het ecosysteem. Het verlagen van de grondwaterspiegel betekent dus het onttrekken van water uit de wortelzone, wat nefaste gevolgen kan hebben voor de vegetatie. Vijvers en plassen kunnen droog getrokken worden, waardoor de aquatische fauna en flora afsterven.

Bovendien kan je door een bemaling ook de grondstabiliteit van de omgeving beïnvloeden, vaak met ongewenste verzakkingen tot gevolg. Turflagen kunnen bijvoorbeeld definitief inknikken. Ook kunnen mogelijke verontreinigingen die in de omgeving van de bemaling voorkomen worden aangetrokken. Om deze en nog veel meer redenen is het plaatsen van een (bron)bemaling geregeld door het Vlaamse Reglement betreffende de Milieuvergunning (VLAREM).

Aanvraag bemalingswater

Het grondwater dat onttrokken wordt bij bronbemalingen moet, in zoverre dit met toepassing van best beschikbare technieken mogelijk is, zoveel mogelijk terug in de grond worden ingebracht buiten de onttrekkingszone. Hiervoor kan gebruik gemaakt worden van infiltratieputten, -bekkens of -grachten.

Vlarem

Infiltratie

Bemalingswater moet dus zo veel mogelijk lokaal terug infiltreren in de bodem, zodat de grondwaterspiegel opnieuw wordt verrijkt. Op deze manier breng je met de bemaling de minste schade toe aan de lokale waterhuishouding.

Afvloeiing

Is infiltratie om technische redenen niet haalbaar? Dan wordt het bemalingswater best afgeleid naar de dichtstbijzijnde waterloop of, in het geval er een gescheiden riolering is, naar de regenwaterafvoer. Je neemt dan best contact op met de lokale waterloopbeheerder of rioolbeheerder.

Lozen op de riolering

Vanaf 10m³/u

Enkel als voorgaande oplossingen niet haalbaar zijn, bijvoorbeeld door het veroorzaken van wateroverlast voor derden, biedt VLAREM nog een laatste alternatief: lozing op de openbare riolering. Hier moet je wel rekening houden met een kritische waarde van 10m³/u. Zolang dit debiet niet overschreden wordt, is een lozing op de riolering toegestaan.

Pomp je echter meer dan 10m³/u op en is de riolering aangesloten op een rioolwaterzuiveringsinstallatie, dan mag je enkel lozen als je hiervoor een schriftelijke toestemming van Aquafin hebt gekregen. De hoeveelheid en samenstelling van het bemalingswater kunnen namelijk aanleiding geven tot problemen met het halen van de zuiveringsnormen, uitspoeling van slib, aanzanding in de riolering of werking van overstorten. Daarom zal Aquafin elke aanvraag afzonderlijk onderzoeken om in te schatten wat de gevolgen van de lozing kunnen zijn op het stelsel en op het zuiveringsproces.

Op basis hiervan zal Aquafin de vergoeding berekenen die aan de lozer zal worden doorgerekend. Lozingen van meer dan 10 m³/u of langer dan 6 maanden zijn bovendien onderworpen aan de heffing op waterverontreiniging, die gevestigd en geïnd wordt door de Vlaamse Milieumaatschappij. De vergoeding die Aquafin aanrekent, wordt in mindering gebracht van de wettelijk voorziene heffing.