Wettelijk kader van permanente lozing

Het besluit van de Vlaamse Regering van 21 februari 2014 legt de regels vast over het lozen van bedrijfsafvalwater op een openbare rioolwaterzuiveringsinstallatie. Bedrijven mogen in principe hun afvalwater lozen op een een zuiveringsinstallatie van Aquafin, op voorwaarde dat dit geen aanleiding geeft tot een minder goed functioneren van de installatie of het rioleringsstelsel.

De grenswaarden om te lozen

Er wordt een onderscheid gemaakt tussen lozingen onder en lozingen boven de grenswaarden voor grondige evaluatie.

Grondige evaluatie is aan de orde in volgende gevallen:

  • Grondige evaluatie verdund bedrijfsafvalwater (BZV < 100 mg/l) als
    • Qverg > 200 m³/d of
    • Qverg > 2,5% van capaciteit biologische straat (min. 20 m³/d)
  • Grondige evaluatie niet-verdund bedrijfsafvalwater (BZV > 100 mg/l) als
    • Q > 2,5% van capaciteit biologische straat (min. 20 m³/d) of
    • BZV-vracht > 15% van ontwerp-BZV-vracht RWZI of
    • CZV-vracht > 5% van ontwerp-CZV-vracht RWZI of
    • ZS-vracht > 5% van ontwerp-ZS-vracht RWZI of
    • TN-vracht > 5% van ontwerp-TN-vracht RWZI of
    • TP-vracht > 5% van ontwerp-TP-vracht RWZI

 

Een saneringscontract of niet?

Als het bedrijf loost onder de grenswaarden voor grondige evaluatie, moet het geen saneringscontract aangaan. Het afvalwater van het bedrijf wordt in principe vergelijkbaar geacht met huishoudelijk afvalwater en kan normaal gezien verwerkt worden op de zuiveringsinstallatie.

Het afvalwater van de bedrijven die lozen boven de grenswaarden voor grondige evaluatie moet voldoen aan de criteria van goed verwerkbaar afvalwater.

Er moet bovendien voldoende restcapaciteit zijn op de zuiveringsinstallatie.  Bij gebrek aan voldoende restcapaciteit kan bijkomende zuiveringscapaciteit worden uitgebouwd, met medefinanciering van de betrokken bedrijven.